Posts Tagged ‘onderzoek’

Nieuwe cursusprogramma Cultuur Marketing Professionals 2010 – 2011

Sinds mei 2010 biedt Cultuur Marketing Professionals een cursusprogramma aan. In mei en juni 2010 werden 3 workshops ‘Sociale Media in de Podiumkunsten Praktijk‘ gegeven. De beschikbare plekken waren binnen korte tijd uitverkocht en de reacties waren erg positief. Ook werd deze cursus erg hoog gewaardeerd.

Vanaf september 2010 start Cultuur Marketing Professionals weer met een nieuw cursus programma en een uitbreiding staat op stapel. Graag willen we als uitgevers van Cultuur Marketing Professionals van onze doelgroep weten aan welke cursussen behoefte is en in welke vorm we deze dienen te ontwikkelen. (meer…)


Muzieksmaak en opleidingsniveau

Frank Meeuwsen, inmiddels ex-Rhinofly-er, maar onlangs begonnen aan een nieuw avontuur, schreef vorige week een mooi artikel over Timboodle op Frank-ly. Timboodle is een nieuwe zoekmachine die creatieve professionals helpt bij het vinden van muziek (bijvoorbeeld voor het gebruik bij reclame campagnes). Meer over de dienst is te lezen in dit artikel van Marketingfacts.

Bij het ontwikkelen van de zoekmachine heeft Timboodle onderzoek gedaan naar de relatie tussen muzieksmaak en opleidingsniveau.

Een samenvatting uit het persbericht:

“Jazzfans hebben van Nederlandse muziekliefhebbers gemiddeld het hoogste opleidingsniveau genoten, op de voet gevolgd door fans van world music en van klassieke muziek. Rockmuziek bezet een vierde plaats.

Binnen een groep van dertien muzikale hoofdgenres hebben de mensen die van levensliederen, schlagers en chansons houden het laagste gemiddelde opleidingsniveau. Ook countrymuziek blijkt wat betreft opleidingsniveau relatief laagdrempelig te zijn.”

Frank vroeg in het artikel naar mijn mening over het onderzoek. Mijn reactie:

“Deze resultaten zijn naar mijn idee algemeen bekend en voor mij is het dus ook geen meerwaarde. Sowieso geloof ik niet helemaal meer in het segmenteren op opleidingsniveau. Ik kijk daarentegen liever naar andere kenmerken; wat doen die mensen, waar spenderen ze hun vrije tijd aan, waar geven ze hun geld aan uit, hoe staan ze in het leven etc. Het opleidingsniveau maakt daar natuurlijk onderdeel van uit, maar ik denk dat iedereen wel had kunnen inschatten dat liefhebbers van klassiek en jazz hoogopgeleid zijn en levenslied laag.“

Ook Frank had een eigen visie op de dienst: “kijkend met de bril van (eigenwijze) strateeg en muziekliefhebber, denk ik: meer middenmoot, meer denken in de grote gemene deler, terwijl je het juist moet hebben van de uitzonderingen, de unieke eigenschappen, de rafelige randjes om je product/dienst een succes te maken.

Het hele artikel is hier te vinden en de moeite van het lezen waard.

Omdat de lezers van dit blog met name bestaan uit mensen die werkzaam zijn in de culturele en creatieve sector, vraag ik mij af wat jullie ervan vinden? Kan een zoekmachine als Timboodle jullie helpen bij het zoeken van de juiste muziek? En zijn de resultaten van het onderzoek bruikbaar bij het segmenteren van de doelgroep? Ik ben erg benieuwd!

Download hier het persbericht voor de conclusies van het onderzoek.


Onderzoek over tentoonstellingsontwerp en interactie

Een tijdje geleden heb ik Jarl Schulp ontmoet. Jarl is een inspirerende grafisch en ruimtelijk ontwerper en werkt samen met Ellen Bokkinga aan ontwerpen, ruimtelijke communicatie, interactiviteit, tekst en innovatie. In 2008 deed Jarl (in samenwerking met Ellen) onderzoek naar interactiviteit, kennisstapeling, publieksparticipatie en tentoonstellingsontwerp. Dit deed hij in het teken van zijn afstuderen aan de praktijkstudie Contract.nu (master in aanvraag). Dit heeft geresulteerd in een 250 pagina’s tellende thesis, met interviews in het werkveld, case besprekingen en een visie op de toekomstige rol van de ontwerper bij interactieve tentoonstellingsontwerpen.

Het onderzoek van Jarl is hier kostenloos te downloaden.

Photocredit: Jarl Schulp


De effecten van file sharing voor muziek, films en games

Na 3 dagen muziek, seminars, bier en vooral veel bijpraten, vertrekt de de Europese muziekindustrie vandaag weer langzaamaan uit Groningen. Ook We Cross is weer thuis en zoals beloofd doen we als start-up van de maand op Dutch Cowboys verslag van een aantal interessante presentaties van het Eurosonic / Noorderslag congres.

TNO, SEO Economisch Onderzoek en het Instituut voor Informatierecht (IViR) deden onderzoek naar de economische en culturele gevolgen van file sharing voor muziek, film en games en presenteerden het rapport op de laatste dag van de conferentie aan minister Plasterk. Alhoewel de resultaten van het onderzoek voor veel mensen niet wereldschokkend zullen zijn, bevat het met name over file sharing van muziek interessante cijfers en resultaten:

  • 44% oftewel 4,7 miljoen Nederlanders downloaden onbetaald, waarvan 4,3 miljoen muziek, 1,4 films en 1,0 miljoen games
  • Downloaders zijn de grootste klanten van de entertainment industrie en gaan vaker naar concerten en kopen meer muziek merchandise
  • De meerderheid van de respondenten zegt zonder downloaden, niet minder of meer muziek, films en games te kopen

    Effecten van downloaden op kopen
    Volgens het onderzoek zijn de mogelijke positieve effecten van downloaden op kopen de volgende:

    • Het sampling effect: downloaden is een middel om nieuwe genres en artiesten te leren kennen
    • Een verhoogde vraag naar concerten en afgeleide producten
    • Het maakt artiesten populair en vergroot zo de vraag
    • Het bedient de vraag van consumenten met onvoldoende betalingsbereidheid en naar producten die  niet door producenten geleverd worden

    Negatieve effecten zijn:

    • Het verdringen van de aanschaf
    • Het leidt tot latere aanschaf tegen een lagere prijs

    De economische effecten worden in het onderzoek opgedeeld in welvaartseffecten op de korte en lange termijn.

    Welvaartseffecten korte termijn
    Het downloaden zorgt voor een netto positief welvaartseffect. Dit betekent een welvaartstoename voor consumenten van circa 200 miljoen euro per jaar. Dit bedrag is opgebouwd uit:

    • Een schatting van het aantal downloads van 1,5 – 2 mld per jaar
    • Een schatting van de gemiddelde betalingsbereidheid voor gedownloade muziek van 0,10 – 0,13 euro per track

    En deel van deze winst voor consumenten gaat ten koste van de platenindustrie. Het bedrag hiervan wordt geschat op 100 miljoen euro en komt voort uit een omzetdaling van 20% van geluidsdragers sinds 1999 en 1 minder verkochte track per 15 – 20 downloads.

    Welvaartseffecten lange termijn

    • Er is een nieuwe (infra)structuur voor talentontwikkeling en exploitatie. Dit is onder andere te danken aan nieuwe modellen en platforms.
    • De toegankelijkheid van het aanbod is enorm toegenomen

    Jammer is, dat de effecten van onbetaald downloaden op de aanschaf van betaalde content moeilijk vast te stellen zijn. Dat is namelijk een vraag die de muziekindustrie zeker bezig houdt. Volgens Plasterk is het onderzoek dan ook een begin. De effecten van nieuwe ontwikkelingen zullen in de komende jaren duidelijk worden.

    Het hele onderzoek is hier gratis (en legaal!) te downloaden.


    Een overzicht van Web 2.0 initiatieven van musea

    Deze maand start TNO een project over web 2.0 en het ontsluiten van content voor erfgoed. In dit project onderzoekt TNO op welke manieren web 2.0 de ‘business’ van erfgoedinstellingen kan versterken, welke business modellen er mogelijk en/of gewenst zijn, waar gebruikers behoefte aan hebben en welke bestaande technologieën er ingezet kunnen worden voor het ontsluiten en vindbaar maken van grote hoeveelheden content. Het doel hiervan is dat musea en archieven daarna beter in staat zijn om te bepalen wat web 2.0 en andere technologieën voor hen kunnen betekenen.

    Op DE Conferentie die op 9 en 10 december 2008 plaatsvond, gaf TNO een presentatie en presenteerde daar een model over de manieren waarop erfgoedinstellingen zoals archieven en musea web 2.0 en user genererated content in kunnen zetten.

    In aanvulling hierop maakte Martijn Staal van TNO een overzicht van de huidige user generated content en sociale media initiatieven van musea. Een interessant lijstje om eens te bekijken!

    Het voornemen is om dit overzicht verder aan te vullen met andere Nederlandse (of buitenlandse) initiatieven om zo het overzicht up to date te houden. Aanvullingen kunnen hier of op de blog van Martijn Staal gepost worden.

    Download hier het overzicht

    Photocredit: DE Conferentie


    Digitaal Erfgoed Conferentie: Diane M. Zorich over het samenwerken van bibliotheken, archieven en musea

    Naar buiten! Dat was het thema van de Digitaal Erfgoed Conferentie die op 9 en 10 december plaats vond in Rotterdam. Dit jaar was het congres volgeboekt met maar liefst 425 deelnemers die graag meer wilden weten over het actief contact zoeken met de doelgroep.

    De aftrap van de conferentie werd gegeven door Diane M. Zorich. Zij is specialist op het gebied van het ontsluiten van cultuur via digitale netwerken en werkte onder andere voor het Metropolitan Museum of Art en the American Association of Museums. Naast het adviseren van erfgoedinstellingen, deed Zorich onderzoek naar de manier waarop samenwerking tussen LAMs (library, archive en museums) tot stand komt.

    Zorich startte met het schetsen van enkele algemene bevindingen. Zo vertelde zij dat mensen beginnen met zoeken bij Google: mensen gaan niet van site naar site, maar gebruiken Google als startpunt. Hierbij maakt het de gebruiker niet uit welke site de informatie geeft. Hij of zij kiest vaak voor de informatie die het eerst boven komt in Google. Dit betekent dus dat mensen niet automatisch naar jouw site komen wanneer zij op zoek zijn naar informatie over jou. Het betekent echter wel dat je voor veel mensen niet bestaat, wanneer je online niet te vinden bent!

    Van Cabinet of Curiosity naar integrated search

    In eerste instantie was het museum een ‘Cabinet of Curiosity’ volgens Zorich. Dit betekent dat verschillende objecten zoals boeken, papers en andere werken op één plek te vinden waren. Dit is niet democratisch (want het is locatie gebaseerd en dus niet zichtbaar voor iedereen), niet economisch, maar wel geïntegreerd (want alles was immers op één plek te vinden).

    Hierna kreeg ieder materiaal zijn eigen plek. Boeken zijn te vinden in de bibliotheek, objecten in het museum, etc. Dit is democratischer, want objecten zijn op verschillende plekken te vinden, economischer, maar minder geïntegreerd.

    Nu zijn we klaar voor het ‘one for all’ principe. Dit betekent dat alles geïntegreerd wordt, maar dan online! Dit is het meest democratisch (want toegankelijk voor iedereen), economisch en het meest geïntegreerd. Hiervoor moet het wel mogelijk zijn om in meerdere data bronnen tegelijk te kunnen zoeken. Dit heet ‘integrated search’.

    Volgens Zorich is het model wat er nu is, niet goed. De huidige stand van zaken is namelijk dat veel erfgoedinstellingen eigen online archieven hebben. Ze werken echter niet samen om al het beschikbare materiaal online te krijgen op een manier die gebruikers aanstaat.

    Beyond the silos of the LAMs

    Naar dit proces heeft RLG Programs en Research/OCLC onder de naam ‘Beyond the silos of the LAMs‘ onderzoek gedaan. Door middel van een serie van workshops met verschillende instellingen is er onderzocht wat de voorwaarden zijn om samenwerking teweeg te brengen. Het vormgeven van een samenwerking gaat via het volgende model. Hierbij beweegt de organisatie zich van links naar rechts en wordt het proces steeds complexer en intensiever:

    Bron: Beyond the Silos of the LAMs

    Uit het onderzoek blijkt dat er een lijn is tussen ‘coordination’ en ‘collaboration’. De meeste organisaties komen in het proces tot die lijn en gaan dan weer terug naar de oude situatie.  Om werkelijk te transformeren moet de organisatie zich als het ware over die lijn heen tillen.

    In de workshops is de instellingen gevraagd wat de ideale informatie omgeving zou zijn als er geen beperkingen zoals budget en capaciteit zouden zijn. Antwoorden hierop waren onder andere een ‘federaal zoekmodel’ en ‘één store’ voor digitale objecten met een back-end systeem waarin iedereen kan zoeken.

    De centrale vraag hierbij is natuurlijk of deze projecten gerealiseerd kunnen worden. Dat kan wanneer samenwerken een gedeelde visie wordt waar iedereen aan mee wil werken. Om dit te bereiken moeten er incentives zijn zoals promotie, salaris en (publieke) herkenning. Stimulerende factoren zijn een ondersteunende administratieve unit, flexibiliteit en een directie of comité. Door deze factoren is het voor instellingen mogelijk om over ‘de lijn’ heen te gaan en werkelijk te transformeren.

    ‘Als je geen strategie hebt, ga je ten onder’

    Ter afsluiting benadrukte Zorich nogmaals dat gebruikers online aanwezig zijn op sociale netwerken waar ze creëren en socializen met gelijkgestemden. Momenteel is er een discrepantie tussen de musea en de netwerken waar users zich bevinden. Wanneer je als organisatie dus niet online bent, word je irrelevant voor de mensen die online zijn. Volgens Zorich is 2.0 een zwart gat. ‘Als je geen strategie hebt, ga je ten onder. Ben dus strategisch in de manier waarop je je informatie naar buiten brengt op 2.0 omgevingen. De meeste musea doen enorme investeringen om te digitaliseren, maar dit doen ze met name op de eigen site. Dit is echter niet de beste manier, want dit komt niet overeen met het gedrag en de verwachtingen van gebruikers.’

    Om met de woorden van Diane Zorich te spreken: consider collaboration! Een gedeelde visie zorgt ervoor dat je de dingen kan doen die transformatie teweeg brengen. Alhoewel de sessie niet voor iedereen iets nieuws zal hebben toegevoegd, was het voor sommigen wellicht een eye opener. Stellingen als ‘wanneer je niet online bent, besta je niet’ zijn immers heftige statements. Interessant vind ik met name de randvoorwaarden van samenwerkingen. Alhoewel er al de nodige onderzoeken naar gedaan zijn, zie je ook hier weer heel duidelijk dat het niet om de techniek gaat. Het is mogelijk om te digitaliseren en samen te werken om zo tot integrated search modellen te komen, maar de implementatie van de samenwerking is het probleem. Hoe zorg je ervoor dat een verandering van de onderste tot de bovenste laag van de organisatie doordringt en wordt geadopteerd? Het onderzoek doet een stap in de richting door enkele factoren inzichtelijk te maken. Het blijft echter mensen werk en dat is fragiel, zelfs wanneer alle randvoorwaarden goed zijn.

    Later deze week volgt het verslag van de lezing van Nancy Proctor op de Digitaal Erfgoed Conferentie. Zij is hoofd nieuwe media van het Smithsonian American Art Museum. Ook de keynote van Diane M. Zorich is hopelijk later hier te vinden.

    En hier via Frankwatching de keynote van Diane M. Zorich:

    Going Outside to Get Inside

    View SlideShare presentation or Upload your own. (tags: museum archive)

    Photocredit: WallyG


    De virtuele cultuurbezoeker

    Vorige week werd de publicatie “De virtuele cultuurbezoeker. Publieke belangstelling voor cultuurwebsites” aangeboden aan minister Plasterk. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen (fhkw) van de Erasmus Universiteit Rotterdam (eur) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ocw). Het 158 pagina’s tellende rapport geeft volgens het persbericht een beeld van de belangstelling voor cultureel erfgoed, kunsten, media en bibliotheken via internet.

    Ondanks de flinke omvang van het rapport valt het zeker aan te raden om de tijd te nemen om dit rapport te lezen. Er wordt goed ingegaan op de motieven van mensen om cultuur websites te bezoeken. Ook wordt per sector duidelijk welke kansen er liggen voor culturele instellingen om internet effectiever in te zetten in de communicatiestrategie.

    Enkele resultaten van het onderzoek zijn:

    • Internet wordt in de erfgoed- en kunstensector vooral gebruikt als informatiemedium. De virtuele     gebruiker is in de eerste plaats op zoek naar praktische informatie (bv. openingstijden en bereikbaarheid). Die zoektocht start veelal met een zoekopdracht in Google of een andere zoekmachine.
    • Communicatie en de vorming van communities komt regelmatig voor bij populaire cultuur, en veel minder bij cultureel erfgoed en traditionele kunsten.
    • Hoewel e-commerce onder particulieren inmiddels goed op gang is gekomen volgt het online bestellen en betalen van kaartjes en culturele producten maar moeizaam.
    • Hoogopgeleiden tonen zowel online als offline meer belangstelling voor erfgoed, theater en concerten dan laagopgeleiden.
    • Voor zover informatie beschikbaar is over de wensen van het publiek blijkt dat zij graag heel praktische dingen willen. Leden van avro-klassiek willen graag een digitaal programmaboekje en theaterliefhebbers willen graag bij het online reserveren kunnen vastleggen op welke stoel zij komen te zitten.
    • Vooralsnog is er weinig aanleiding om te verwachten dat musea en podia hun publiek terug zullen zien lopen door de digitalisering van objecten, voorstellingen en concerten.
    • Aannemelijk is dat de verspreiding van (breedband)internet onder de Nederlandse bevolking door zal gaan en dat niet-bezit grotendeels zal verdwijnen. Groeiend digitaal cultuuraanbod, grotere vertrouwdheid met het medium en toenemende digitale vaardigheden van Nederlanders zullen de virtuele cultuurparticipatie  stimuleren.
    • Aannemelijk is ook dat de balans tussen de soorten gebruik gaat veranderen. Wordt internet nu nog vooral gebruikt als informatiemedium, in de toekomst zal het gebruik meer in het teken komen te staan van ontspanning en persoonlijke ontwikkeling en van communicatie en de vorming van communities. Ook een verdere toename van het economische gebruik ligt in het verschiet. Naast het bestellen en betalen van toegangskaartjes zullen ook andere culturele producten vaker worden
      aangeschaft. Ten slotte draagt de opkomst van allerlei Web 2.0-toepassingen eraan bij dat de gebruiker zich niet alleen als consument van digitaal aanbod zal manifesteren maar ook als producent. Hierdoor zal het bestaande gebruik zich inhoudelijk verdiepen en zullen meer en ook nieuwe mensen van het virtuele cultuuraanbod gebruik gaan maken.

    Persoonlijk ben ik erg blij met dit onderzoek. Het geeft aan dat er voor culturele instellingen nog heel erg veel te behalen is op dit gebied. De basis hiervan is de eigen website. Zoals het onderzoek aangeeft is een groot deel van de sites van culturele instellingen met name gericht op het geven van praktische informatie. Ik vind dit een gemiste kans, maar ik merk ook dat ik bij dit soort websites vaak niet de essentiële praktische informatie kan vinden waarnaar ik op zoek ben. Het klinkt als een open deur, maar bijvoorbeeld bij het plannen van een bezoek aan een theatervoorstelling, ben ik ten eerste op zoek naar de inhoud van het stuk (in tekst, maar liever nog in audio of video), de toegangsprijs en de speellijst en ten tweede wil ik het liefst direct een kaartje kunnen kopen. Bij het plannen van een museum bezoek, ben ik op zoek naar de openingstijden, een routebeschrijving en de toegangsprijs. Wat mij betreft is de basis van een goede website van een culturele instelling dus het overzichtelijk weergeven van deze informatie, zodat bezoekers dit in ieder geval binnen no time kunnen vinden. Als een site hier namelijk niet op ingericht is, gaan bezoekers ongetwijfeld afhaken.

    Naast het voorzien in deze praktische informatie, is er op de eigen website nog veel meer mogelijk. De voorbeelden uit het onderzoek: het downloaden van een digitaal programmaboekje en het reserveren van een bepaalde stoel vind ik dan ook mooie functionaliteiten die voor de bezoeker een enorme meerwaarde kunnen zijn.

    Zoals het onderzoek ook aangeeft, verandert de rol van bezoekers van consumenten in producenten. Niet alleen jongeren creëren en participeren actief online, maar ook ouderen zijn hier steeds meer mee bezig. Ook voor culturele instellingen is het dus zeer waardevol om aan de slag te gaan met sociale media. Hierbij is het erg belangrijk om te kijken naar het doel en de bijbehorende doelgroep. Waar heeft deze doelgroep behoefte aan en hoe kan ik hen daarin voorzien? Eerder schreef ik al over Toneelgroep Amsterdam die met video een hele goede stap hebben gemaakt, maar er zijn nog meer goede voorbeelden. De komende tijd ga ik zeker proberen om deze hier aan te halen. Voor nu zou ik zeggen, download het onderzoek, print het uit en ga het lezen. Goed vakantie leesvoer!